Publicatie

Interview met Aina Merethe Scheerhoorn in de Tijdschrift voor Oriëntaalse Dans | Navel nummer 4, december 2007. Door Angie Timmer.

In mijn laatste interview voor de Navel wil ik aandacht besteden aan een bijzondere vrouw in de buikdansscene: de van geboorte Noorse Aina Merethe Scheerhoorn, docent Egyptische buikdans en organisator van de Oriëntaalse swingavonden in Groningen. Al ruim 10 jaar koestert Aina een zeer grote passie voor de buikdans, in het bijzonder voor de Egyptische variant.

Hoe zie je de Egyptische buikdans?
Als een ware danskunst. De Egyptische buikdans is een eeuwenoude vorm die al dateert uit de tijd van de Farao’s, toen de dans via de podia van rijke haremeigenaars in de folklore binnendrong. Ook de migratie van Indiase zigeuners droeg ertoe bij dat de dans gaandeweg de straten en binnenhofjes van Egypte veroverde en bij ‘de gewone man’ terechtkwam. Door de eeuwen heen zijn vele varianten ontstaan, waarvan ik er slechts een aantal gebruik in mijn lessen:

Baladi, ook wel de Egyptische Blues genoemd. Een zeer expressieve stadse volkdans die aan het begin van de 20ste eeeuw ontstond en meestal als geïmproviseerde solodans opgevoerd wordt;
Sharqi of Raqs el Hawanim, letterlijk vertaald de ‘dans van de dames’, is de klassieke cabaretdans of ‘filmdans’ zoals we die kennen uit de Egyptische film van de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw;
Sha’abi, Ghawazee en Sa’idi; De dans van het platteland. Deze vrolijke, vurige en aardse dansvorm stamt van de Fellahin, de boerenbevolking, en de Ghawazi’s, de zigeuners. De Sa’idi symboliseert de gevechtsdans met stokken uit de streek tussen Luxor en Assuan. De vrouwen hebben deze aardse en tegelijk luchtige dans overgenomen.
Ook de Reda dans theater heeft zich weten te manifesteren als een stabiele dansvorm. Mamoud Reda is sinds de jaren ’60 de pioneer op het gebied van dans theater in Egypte waar folklore en oriëntaalse dans samenkomen.

Welke onderdelen van de genoemde stijlen spreken jou het meest aan?
Al deze onderdelen hebben hun eigen charme en vind ik ze allen fascinerend. De Baladi is wel een dansvorm waar ik me erg thuis bij voel. Ik denk dat het komt vanwege de expressie en de improviserende karakter in de dans. Sha’abi, Ghawazee en Saidi zijn de fundamenten in mijn buikdansontwikkeling. De klassieke Sharqi vind ik erg mooi met prachtige cabaretkostuums en ruimtegebruik welke zeer geschikt is voor danspodiums in theaters.

Om me meer in de Egyptische danskunst en cultuur te verdiepen ben ik onlangs begonnen aan een opleiding in Brussel van Prof. Dr. Hassan Khalil uit Cairo. Deze opleiding is zeer inspirerend en neemt mij mee naar het culturele en artistieke wereld op een academisch niveau. Hij kan goed doceren waar de verschillende bewegingen vandaan komen en wat voor expressie en mentaliteit er in de verschillende dansen zit. Het theatrale aspect staat centraal. De opleiding is via ICODAC (International Center of Oriental Dance Art and Culture).

Staan deze dansvormen centraal in jouw lessen en workshops?
Ja, ze staan centraal en zijn de rode draad in mijn lessen en workshops. In het begin van lesgeven had ik al ervaring met dans, toneelspelen en zang, maar les geven is een vak apart. De vijfjarige opleiding ‘Vocal Dance and Voice Movement Integration’ bij Patricia Bardi in Amsterdam heb ik gevolgd om me te verdiepen in anatomie en beweging en het zijn als docent in het algemeen. Mijn lessen en workshops combineer ik dan ook met lichaamsbewustwording en vitale bewegingsintegratie.

Wat is het doel van jouw lessen?
Ik wil de buikdans naar een hoger niveau brengen. Ik wil mensen zien groeien en ontwikkelen in de dans, dat ze de technieken eigen maken, zelfstandig met de dans kunnen omgaan en genieten. Daarbij hoort muziekinterpretatie, veel achtergrondinformatie en wetenswaardigheden bij. De uitstraling vind ik erg belangrijk en wordt al van het begin tijdens het leren van de dans meegenomen.

Je organiseert tevens de tweemaandelijkse oriëntaalse swingavonden in Groningen. Wat hebben deze avonden te bieden?
Sinds 2000 ben ik bezig geweest om de buikdans hier in het Noorden een platform te geven. Door regelmatig Oriëntaalse Swingavonden te organiseren voor cursisten en dansliefhebbers is er een gelegenheid om gezellig met elkaar te dansen en als mensen willen kunnen ze op het ‘open podium’ komen optreden. De avonden zijn altijd een groot succes. Met zijn vijven bestieren wij dit nu en gaan wij binnenkort de Stichting Oriëntaalse Swing Groningen vormen.

Zo heb ik me er al jaren voor ingezet om de buikdans meer geaccepteerd te krijgen. Door de buikdans op de voorgrond te zetten en tussen andere danssoorten zoals Klassiek Ballet, Moderne Dans, Nieuwe Dans, Tango, Salsa en Flamenco te presenteren. Hun ontmoeten op divers dansgelegenheden waar uitwisseling van dans centraal staat en les geven op locaties waar zij dat ook doen. Daardoor ontstaat er communicatie en acceptatie.

Jij bent ook min of meer een theatervrouw?
Ja, mijn passie zat in het toneelspelen. Ik begon met de Stanislavski methode en wilde ik vroeger zo goed kunnen spelen als Maryl Streep, maar mijn weg liep anders. De fysieke kant van het spelen trok me aan en zo kwam ik in contact met fysiek theater en de Nieuwe Dans ontwikkeling. Ik ging kunstperformances op locatie doen in installaties van mijn man, beeldend kunstenaar Jan Scheerhoorn. Buikdans was destijds iets wat ik er naast deed als hobby.

Waarop ligt in jouw lessen het accent, op de choreografie of op improvisatie?
Allereerst uitleg van de technieken en dan improvisatie. In de improvisatie ga je op onderzoek uit en maak je de technieken eigen. De muziek heeft zelf een bepaalde choreografie in zich. Als cursisten weten welke beweging waar horen in de muziek kunnen ze structuur in de improvisatie vinden. Ze hebben natuurlijk een voorbeeld nodig en dansen ze ook met mij mee of wij behandelen een eenvoudige choreografie. Voor gevorderden geef ik wel choreografieën als een soort geraamte waar ik de dans omheen boetseer. Hierop moeten de leerlingen zelfstandig werken. Het is echter wél een proces dat goed moet worden begeleid. Via de choreografie wordt het bewegingsgeheugen ontwikkeld en de creativiteit gestimuleerd.

Hoeveel groepen heb je?
Ik heb acht tot negen groepen per week gehad, maar vind het nu goed om zes tot zeven groepen te hebben, dan heb ik meer energie over voor de productie groep ‘Tamra Henna’ wat ik nu met twee andere danseressen ontwikkel. Ik heb de lessen ingedeeld in drie niveaus; beginners, midden en gevorderd. Eerder had ik techniek -en performanceles. De gevorderden willen optreden (sommige beginners trouwens ook). De middengroep is meer terughoudend en willen niet met optredens bezig gaan. De beginnergroep daarentegen is meer onbevangen.

Hoe probeer je deze middengroep toch op het podium te krijgen?
De middengroep wil ik inzicht geven in de diverse vormen van de dans. De muziek, en niet het verstand, dient als anker. Verder ga ik met de middengroep de techniek extra oefenen, zodat de leerlingen zekerder worden in het dansen.

En wat ga je de gevorderden leren?
Hoe je een optreden kunt neerzetten. De muziekkeuze speelt in de cursus voor gevorderden een grote rol. Ik begeleid ze bij die keuze, ik wil ze laten merken in welke muziek ze zich het meest thuis voelen. Verder laat ik gevorderden veel samen werken, vaak in groepjes van twee. Deze samenwerking komt de creativiteit ten goede, het zorgt voor communicatie en meer variatie in de dans. Ook is het gebruik van ruimte erg belangrijk in deze cursus.


Na dit interview was ik erg nieuwsgierig geworden naar de inhoud van de lessen van Aina. De cursus zou de dag erna beginnen. Ik had al jaren geen buikdanslessen meer gehad in Groningen, maar na dit interview had ik plotseling weer heel veel zin om nieuwe dingen te leren op het gebied van buikdans. Omdat improvisatie niet mijn sterkste punt is dacht ik dat Aina’s lessen een mooie aanvulling zou kunnen zijn op mijn maandelijkse projectgroep in Duitsland, waar de techniek centraal staat. Ik heb me dan ook gelijk aangemeld als cursist. De eerste helft van de cursus zit er ondertussen op, en na de eerste les van Aina had ik eindelijk na jaren weer eens een gevoel van “Wat heb ik lekker gedanst! En wat een leuke groep”. Zaken als concurrentie onder elkaar, helaas maar al te vaak aanwezig in de vrouwenwereld en in de wereld van de dans in het bijzonder, was in Aina’s gevorderden groep helemaal niet merkbaar.

De combinatie van de lessen van Aina en die van Leyla Jouvana is voor mij ideaal. Jammer dat ik me niet jaren eerder heb aangemeld bij Aina. Ik heb in zeer korte tijd leren dansen vanuit het hart en het gevoel.

Ik ben blij dat ik in dit laatste nummer van de Navel iets over Aina heb kunnen schrijven, zonder haar te vermelden zou ik het gevoel hebben dat ik lezers tekort heb gedaan.

Ik wil alle Navellezer bedanken en ik hoop dat het jullie goed gaat in de toekomst. Ook hoop ik dat de buikdans een nog hogere vlucht zal maken.

Tot slot wil ik de hoofdredacteur van de Navel Wendy Ouwehand bedanken voor de zeer prettige samenwerking. Ik ben blij dat ik haar heb ontmoet! De tijd als redacteur bij de Navel heb ik als zeer leerzaam ervaren.

Angie Timmer